Techniek

De techniek van onderkelderen

Een kelder onder een bestaand huis is vooral een technisch vraagstuk. Vier onderwerpen bepalen de haalbaarheid, de kosten en het comfort.

Wie een kelder onder een bestaand huis wil, krijgt te maken met vier technische onderwerpen die elkaar beïnvloeden. Grondwater bepaalt hoe je de kelder waterdicht maakt en hoe je de bouwput droog houdt. De fundering bepaalt hoe het huis tijdens en na de bouw gedragen wordt. Daglicht en ventilatie bepalen of de kelder een volwaardige verblijfsruimte wordt. Isolatie en installaties bepalen of je er prettig zit. Op deze pagina leggen we de hoofdlijnen uit. De subpagina’s gaan dieper.

Grondwater en waterdichtheid

In een groot deel van Nederland staat het grondwater binnen een meter onder het maaiveld. Een kelder van 2,6 tot 3 meter diep staat dan permanent in het water. Dat is geen reden om het niet te doen, maar het bepaalt wel de bouwmethode. De kelder moet waterdicht zijn, als witte kelder van waterdicht beton of als zwarte kelder met een membraan. Hij moet zwaar genoeg of verankerd zijn om niet op te drijven. En tijdens de bouw moet de bouwput droog gehouden worden met bemaling. Die bemaling moet je melden bij het waterschap. In sommige gemeenten, zoals Amsterdam, gelden extra eisen omdat kelders de grondwaterstroming in de buurt kunnen verstoren.

Lees verder op grondwater, bemaling en een waterdichte kelder.

Fundering en constructie

Een bestaand huis staat op een fundering die nooit ontworpen is om er een gat onder te graven. Bij een fundering op staal, ondiepe stroken onder de muren, werkt de aannemer in kleine vakken. Hij zet het gewicht van het huis stap voor stap over op een nieuwe, diepere fundering. Bij een paalfundering liggen de palen in de weg en moet de constructeur bepalen hoe de nieuwe keldervloer en wanden de lasten overnemen. Technieken als onderheien, vijzelen, jetgrouten en damwanden komen hier samen. Een constructeur berekent de hele volgorde en de tijdelijke stempelingen. Zonder die berekening krijg je geen vergunning.

Lees verder op fundering, onderheien en jetgrouten.

Daglicht en ventilatie

Een kelder zonder daglicht is een berging. Wil je er wonen, werken of slapen, dan gelden de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor een verblijfsruimte. Dat betekent een minimale hoogte, daglicht via een raam en voldoende ventilatie. Een koekoek (een verdiepte lichtschacht tegen de kelderwand), een lichtstraat in de vloer van de tuin of een verdiepte patio maken daglicht mogelijk. Mechanische ventilatie met warmteterugwinning houdt de lucht fris en de vochtigheid onder controle. Of de kelder meetelt als woonoppervlak hangt van deze eisen af, en dat is weer van belang voor de waarde van je huis.

Lees verder op daglicht en ventilatie in de kelder.

Isolatie en comfort

Een kelder is omringd door grond die het hele jaar ongeveer 10 tot 12 graden is. Dat maakt een kelder makkelijk koel te houden in de zomer, maar zonder isolatie en verwarming blijft hij ook in de winter koud en klam. Isolatie onder de vloer en tegen de wanden, vloerverwarming en een goede dampremmende opbouw voorkomen dat. Voor een thuisbioscoop of home gym komt daar akoestiek bij, voor een wijnkelder juist een stabiel koele en vochtige ruimte.

Lees verder op isolatie en comfort.

Hoe de vier onderwerpen samenhangen

De onderwerpen zijn niet los van elkaar te zien. Een hoge grondwaterstand maakt de bouwput duurder (meer bemaling, zwaardere damwanden) en vraagt een zwaardere, waterdichte constructie, wat de fundering weer beïnvloedt. Een koekoek of patio is een gat in de waterdichte schil en moet dus goed gedetailleerd en afgewaterd worden. En een kelder die aan de verblijfsruimte-eisen voldoet, is dieper en dus duurder dan een berging van 2,2 meter hoog.

Onderwerp Bepaalt vooral Wie doet het werk
Grondwater Bouwmethode, waterdichting, bemaling, gemeentelijke eisen Geohydroloog, aannemer, waterschap
Fundering Veiligheid tijdens de bouw, draagkracht, kosten Constructeur, funderingsspecialist
Daglicht en ventilatie Of het een verblijfsruimte is, vergunning, woonoppervlak Architect, installateur
Isolatie en comfort Energieverbruik, vocht, geluid, gebruik Aannemer, installateur

Wat je zelf kunt voorbereiden

Je hoeft geen bouwkundige te worden, maar een paar dingen kun je voor het eerste gesprek met een aannemer al uitzoeken. Zoek de bouwtekeningen van je huis op bij het gemeentearchief. Daarop staat vaak de fundering. Kijk op de grondwaterkaart van je gemeente of waterschap wat de gemiddelde grondwaterstand is. Vraag bij de buren of er ooit funderingsonderzoek is gedaan, zeker in een rijtje of een blok met een gedeelde bouwmuur. En bekijk het omgevingsplan van je gemeente op regels voor ondergronds bouwen.

Met die informatie kan een gespecialiseerde aannemer snel inschatten welke methode past en in welke bandbreedte de kosten vallen. Op de kostenpagina lees je waarom die bandbreedte zo breed is, en op de vergunningpagina wat de gemeente van je vraagt.

Volgende stap

Weten of jouw huis geschikt is?

De Kelderscan kijkt naar je adres, het bouwjaar en de grondwaterstand en geeft een prijsindicatie voordat je met iemand hoeft te bellen.

Start de Kelderscan